De maatschap als controlestructuur over vennootschappen
De maatschap is nog steeds een populair vehikel voor structurering van familievermogen. Waarom ? Omdat ze de mogelijkheid biedt om familiaal vermogen gezamenlijk, toekomstgericht te structureren binnen de familie, waarbij je eigendom (de familie) en beheer en controle (door de meest geschikte persoon) van elkaar kan losmaken.
Daarom worden ook vennootschappen waarin vermogen wordt opgebouwd (patrimoniumvennootschappen maar ook exploitatievennootschappen en/of holdingstructuren) regelmatig onder een maatschap gebracht. Op die manier kan het stemrecht over de aandelen worden toegewezen aan de meest toegewijde persoon (ongeacht bij wie de ultieme eigendom zit), én kan het vermogen dat de aandelen genereren (dividend, uitkeringen uit het vermogen of een koopprijs van de aandelen) worden beheerd door de meest geschikte personen gedurende een bepaalde tijd.
Vroeger diende men over de fiscaliteit van een maatschap niet hard na te denken. De maatschap is immers fiscaal transparant, dus het was fiscaal in principe bijna alsof je geen maatschap had.
Maar de nieuwe meerwaardebelasting brengt hier verandering in. De maatschap zorgt er namelijk voor dat juridisch iedere maat in zijn verhouding onverdeeld eigenaar wordt van hetgeen zich in de maatschap bevindt. En de meerwaardebelasting wordt o.a. getriggerd wanneer er een verschuiving ten bezwarende titel in een onverdeeldheid, dus ook in de maatschap, geschiedt.
Het gevolg is dat vroeger evidente structureringen sedert de invoering van de meerwaardebelasting iets minder vlot zullen worden doorgevoerd – al is het maar door de administratie die de meerwaardebelasting met zich kan meebrengen.
En dat is jammer, want de maatschap was eigenlijk de enige manier om op een sluitende en laagdrempelige manier de controle te gaan regelen over de aandelen en hun uitkeringen.
Maar op zich kan het nog. Er stellen zich namelijk in principe geen problemen op het vlak van de meerwaardebelasting wanneer er enkel aandelen worden ingebracht in de maatschap, tijdens de duur van de maatschap er geen disproportionele in- of uitstap is, en bij liquidatie alles netjes proportioneel wordt verdeeld, en dit principe ook wordt aangehouden.
Een simpel voorbeeld illustreert dit.
Stel: Max houdt 99 aandelen in een vennootschap, BV MaxLeCo en zijn vertrouwenspersoon Leo houdt hierin 1 aandeel aan. Max wil de continuïteit van zijn bedrijf beschermen wanneer er hem iets overkomt (onbekwaamheid, of overlijden en vererving naar zijn minderjarig kind). Hiertoe zou Max bv. een opvolgend en blokkerend zaakvoerderschap statutair kunnen inschrijven in MaxLeCo door Leo, maar dan heeft Leo geen mogelijkheid om over de aandelen te beschikken (bijvoorbeeld wanneer verkoop van de aandelen aangewezen is), of om bv. het uitgekeerd dividend te beheren.
Daarom voorziet Max een maatschap: Max en Leo sluiten een maatschapscontract af, waarbij ze hun aandelen in een maatschap brengen in de onverdeelde verhouding 99/1. De maatschap loopt automatisch af op het ogenblik de jongste zoon van Max 23 jaar wordt.
Dit is een typisch voorbeeld van een statisch verhaal, dat in principe geen meerwaardebelasting met zich zal meebrengen. De inbreng van aandelen is onbelast, uitkering uit de vennootschap of uit de maatschap is proportioneel en dus in principe onbelast, en bij het einde van de maatschap wordt alles (de aandelen) proportioneel terug verdeeld tussen A en B. Bij vererving van de aandelen van A naar zijn kind, is geen meerwaardebelasting van toepassing.
Minder evident wordt het wanneer Max 100% van de aandelen in zijn vennootschap aanhoudt. Want in zo een geval zal de maatschap worden opgericht door Max die 100 aandelen inbrengt en Leo die een geldsom inbrengt in ruil voor 1 aandeel in de maatschap. De maatschap kan nl. niet eenhoofdig worden opgericht. In zulk een geval is er een juridische verschuiving van de aandelen van Max, waardoor Leo 1/101 in de aandelen van de vennootschap krijgt en er meerwaardebelasting op dit kleine aandeel dient te worden aangegeven (wellicht vrijgesteld omdat het eerste miljoen aan meerwaarde is vrijgesteld). Een hele (absurde) rompslomp barst los..
Vaak worden de aandelen van een maatschap ook al door geschonken aan de kinderen. Stel dat Max 98 aandelen van de maatschap wil doorschenken in volle eigendom aan zijn twee kinderen. Dat kan hij doen zonder enige meerwaardebelasting. De verhouding in de maatschap is nu 1/1/49/49. Vervolgens beslist Max een andere vennootschap mee onder te brengen in de maatschap om later ook te schenken. Door deze inbreng wordt de verhouding in de maatschap bijvoorbeeld 1/33/32/32, en zo verschuiven de verhoudingen in alle vennootschappen. Deze transactie is aangifteplichtig in de meerwaardebelasting, en stel dat er geen vrijstelling geldt, dan is er geen geld vrijgekomen om deze te betalen.
Stel dat er naderhand voldoende liquiditeiten in de maatschap zijn gekomen via dividenduitkeringen, en Max wil uit de maatschap stappen door uitkering aan zichzelf van de beleggingen. Hierdoor wordt de verhouding per hypothese 1/49/48. In dit geval is er niet enkel meerwaardebelasting verschuldigd op de beleggingen, maar ook opnieuw op de verschoven aandelen in de vennootschappen.
Moraal van het verhaal is wellicht dat de maatschap als controlevehikel geen administratieve nachtmerrie wordt als ze gebruikt wordt om louter statisch controle te garanderen over vennootschapsaandelen en hun uitkeringen. Dat is meestal het geval en voor deze families stelt zich dan ook geen probleem.
Verschuiven echter de verhoudingen, of wordt er uit onverdeeldheid getreden, dan zal er een aangifteplicht zijn met al dan niet een te betalen belasting.
Alternatieven zoals opvolgend bestuur, of een zwaardere structuur zoals een Stichting-administratiekantoor (PSAK) kunnen worden overwogen, maar bieden niet dezelfde mogelijkheden. Een PSAK heeft nl. een doorstortingsplicht.
Om niet voor verrassingen komen te staan, is extra waakzaamheid aan de orde bij structurering. Er is nu een extra meerwaardebelasting – puzzelstuk waarmee we rekening dienen te houden bij het schuiven van de aandelen, en de mogelijke toekomstige verschuivingen. Er volgt wel nog een circulaire waarin hopelijk wat meer duidelijkheid verschaft zal worden over de precieze impact.
De informatie in deze publicatie houdt geen advies in over financiële planning met betrekking tot uw persoonlijke situatie. Deze publicatie bevat juridische en/of fiscale informatie, gebaseerd op de wetgeving en de rechtspraak van kracht op het ogenblik van de redactie ervan. Eventuele nieuwe wetgeving of rechtspraak van na de redactiedatum van deze publicatie is hier niet in opgenomen.
